“Ik heb geleerd om mij onzichtbaar te maken, in het bijzijn van mijn moeder.” Voor mij zit een volwassen vrouw die vertelt hoe ze is opgegroeid. Als jongste dochter, met ouders die zelf verre van een zorgeloze jeugd hebben gehad.
Ze vertelt dat het leven zwaar was voor haar moeder, hoe ze letterlijk gebukt ging onder het leed van het leven. Ze wijst naar haar schouders, terwijl ze een krommende beweging maakt. Haar reactie als kind was om zich onzichtbaar te maken, om niet tot last te zijn. Als ze kon, had ze de last die haar moeder op haar schouders leek te dragen overgenomen. En misschien heeft ze dat ook wel gedaan. Net als het dragen van een last, is je onzichtbaar maken een van de vele manieren voor een kind om voor de ouder(s) te zorgen.
Het patroon uit haar kindertijd heeft zich in de jaren verfijnd. Wat heel helpend kan zijn om te functioneren in een volwassen wereld, maar minder helpend is als je er grip op wil krijgen. Ze kan goed ‘de ander’ boven zichzelf stellen, is bijzonder sensitief voor wat anderen willen en handelt daar vaak direct naar. Maar heeft geen idee wat zij zelf echt wilt. En ze heeft moeite met boosheid. Een uiting van je groot maken, wanneer je je klein voelt.
Boosheid is een emotie waar velen misverstanden over bestaan. De inzet van boksen zonder kennis van de bron en functie van de emotie is spelen met vuur. Iemand lekker laten ‘afreageren’ kan leiden tot meer beschadiging, in plaats dat het heelt. Zelfs als het initieel goed voelt.
Hier lijkt het te gaan om boosheid die het ‘recht om gezien te worden’ opeist. Als tegenbeweging op de onzichtbaarheid. Alsof de emotie zegt: “Nu gaat het een keer wél om mij.” Ondanks dat de onderliggende behoefte erkenning is, leidt het vaak tot afwijzing.
De gedachte, die bij mij en misschien ook wel bij jou opkomt is ‘waarom zou iemand dat op deze manier doen?’ Een logische gedachte. En, een terechte vraag. Het is wel een vraag waarbij het essentieel is hoe die gesteld wordt. Het gaat voorbij aan de formulering, of intonatie. Het gaat om iets wat dieper ligt.
Een vraag liefdevol stellen, vrij van bestraffing of afwijzing, vergroot de kans dat er een antwoord komt die haar ruimte geeft, mogelijkheden biedt om het vanaf nu anders te doen.
Haar antwoord lag in het onderbewuste. De boosheid leek voort te komen uit verdriet, en angst. Verdriet omdat ze niet gezien is, de angst voor eenzaamheid. De angst om weer te voelen wat ze als jong kind voelde.
“Zou het zo kunnen zijn, dat dit niet eerder gevoelde verdriet, boosheid is geworden?” Ze knikt, maar kijkt ook vragend. Soms weet je iets sneller dan je hoofd het begrijpt.
“Hoe is het nu in je lijf?” Ze verbreekt even het oogcontact, haalt nog eens diep adem, wiebelt wat in haar stoel: “Het is veel rustiger. Lichter, alsof de druk van mijn schouders af is.”


No comment yet, add your voice below!